
'Als de top minder verdient, zal de hele organisatie minder krijgen'; De aanleiding
NRC.NEXT
16 oktober 2014 donderdag
Section: weten; Blz. 2
 Diederik Huffels
Dit zeiden bestuurders van verschillende organisaties in NRC Handelsblad 
Het kabinet vindt dat bestuurders in de (semi-)publieke sector opnieuw minder moeten gaan verdienen. Sinds januari 2013 mogen bestuurders maximaal 130 procent van het ministerssalaris verdienen. Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) wil nu de salarissen van topfuncties per 1 januari 2015 verder terugbrengen tot maximaal 100 procent van het ministerssalaris. Bestuurders van verschillende organisaties zijn tegen een wet hiervoor, vorige week uitten ze hun zorgen aan de Tweede Kamer, die vandaag over het voorstel stemt. Het opmerkelijkste argument stond vorige week donderdag in NRC Handelsblad: ,,Als de top minder verdient, zal de hele organisatie op termijn minder salaris krijgen." 
Werkgeversorganisatie AWVN heeft een aantal leden die onder de nieuwe wet zullen vallen. Het AWVN schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat door de nieuwe wet ook het salaris van de gewone medewerker geraakt zal worden. Gerard Zaalberg, hoofd adviesteam belonen van AWVN, legt uit: ,,Vooral bij een grote organisatie kan de topfunctionaris op of onder het loonniveau komen van iemand die een minder zware functie heeft." Dit druist volgens Zaalberg in tegen het gevoel van eerlijkheid, want een zwaardere functie moet beter beloond worden. Het gevolg is óf dat alle lonen naar beneden moeten óf dat er wordt afgevlakt. Afvlakking betekent dat alleen de salarissen van mensen dichtbij de top worden verlaagd. 
Als in de top de bestuurder minder gaat verdienen en op hetzelfde of een lager salarisniveau komt dan een lichtere functie, moeten de overige salarissen dus verlaagd worden om de verhoudingen te herstellen. Tenminste, dat is de theorie. 
Maar werkt het zo in de praktijk? De deskundigen die wij raadpleegden, vonden geen eerder onderzoek naar dit onderwerp. Ook de Raad van State schreef in het advies aan de Tweede Kamer dat nader onderzoek nodig is. Twee specialisten op economisch gebied gaan gedeeltelijk mee in de stelling, maar ze plaatsen kanttekeningen. Robert Dur, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: ,,Het geldt namelijk niet voor alle werknemers. Een topchirurg bij een ziekenhuis kan meer verdienen dan de directeur. Een brandweerman die gevaarlijk werk doet en veel nachtdiensten draait kan meer verdienen dan de manager." Chirurgen en brandweermannen doen heel ander werk dan managers, specialistisch werk, en dat kan ook heel anders beloond worden. 
De zorg is één van de sectoren die met de verlaging van salarissen te maken zal krijgen. Paul van der Heijden, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisdirecteuren, voorspelt dat in de zorg bij de bovenste 30 procent van de functies een salarisverlaging zal plaatsvinden. Dat zijn dus niet alleen de topfunctionarissen, maar het is óók niet de hele organisatie. 
Bovendien kunnen de meeste lonen in Nederland niet zomaar omlaag worden gebracht. Veel lonen worden namelijk op basis van cao-overleg bepaald. De bestuurders voorspellen daarom spanningen bij een volgend cao-overleg: werkgevers zouden kunnen voorstellen salarissen te verlagen. Jochen Mierau, universitair docent economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, plaatst daar vraagtekens bij: ,,Ik vraag me af of werkgevers dit gaan doen, zeker in de publieke sector waar werknemerssalarissen niet uit de zak van de baas komen." 
Door het gebrek aan wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp is het lastig om een conclusie te trekken. Deskundigen denken dat als de beloning van de topfunctie binnen één categorie daalt, de lagere functies in dezelfde categorie ook minder salaris zullen krijgen. Maar dit geldt niet voor gespecialiseerde krachten. En daarnaast zitten veel salarissen aan een cao vast. Ook kan het zo zijn dat de verlaging van salaris tot een bepaald functieniveau gaat, zoals Van der Heijden bij de zorg voorziet. Samengevat: de bewering geldt voor een gedeelte van de organisatie, maar zal waarschijnlijk niet voor de hele organisatie gelden. Alles overziende beoordelen we de bewering daarom als grotendeels onwaar. 
 